vrijdag 2 januari 2015

Openheid van zaken



Ik negeer nummers die ik niet ken, maakte namelijk een keer de fout om een voor mij onbekend nummer op te nemen en kreeg een redelijk agressieve vrouw van een nog agressievere keuken-boeren keten aan de lijn.
Ze overviel me, ik was niet voorbereid op de vragen die ze stelde.
Waarom ik had gesolliciteerd op de functie van keuken verkoper, en waarom ik dacht dat ik de beste kandidaat voor hen was.
Ik moest even denken waarover ze het had, o ja die functie die ik van het internet had geplukt omdat ik nu eenmaal moet solliciteren zolang ik nog niks van de WIA heb gehoord.

Een paar maanden geleden moest ik komen opdraven bij een werk coach van het UWV, aan het eind van het gesprek melde ik dat ik voor 80-100% ben afgekeurd en deels een WIA uitkering krijg daardoor.
De vrouw zocht het op in de computer, en melde dat ik helemaal niet bij haar hoorde te zitten maar dat ik in het “WIA traject” hoor, geen idee wat dat is.
Zolang ik nog niks van de WIA hoor solliciteer ik braaf door, en heb ik mij voorgenomen in het nieuwe jaar de WIA afdeling van het UWV maar eens te benaderen over het hoe en wat.

Na het ongemakkelijke gesprek met de agressieve dame besloot ik dat het beter was om mensen mijn voicemail in te laten spreken, en dan te bepalen wanneer ik ze terug ging bellen, en of ik ze terug ging bellen, of dat ik een berichtje stuur met een bedankje voor de functie, mocht de agressieve keuken-boeren keten nog eens bellen, dat leek mij ook een nette manier van afhandelen.

Zo gezegd zo gedaan, ik neem niet meer op als er een onbekend nummer in beeld verschijnt, en die onbekende nummers blijven verschijnen, het is niet te geloven maar er zijn bedrijven die geïnteresseerd zijn in een 45 jarige vrouw die in de keuken branche wilt blijven werken, ook nu nog en dat terwijl de crisis voor mijn branche nog lang niet over is.

Zo word ik gebeld door een meneer van een werving en selectie bureau, hij heeft mijn CV gezien en ik pas perfect in het profiel van een klant van hem.
Het bedrijf zoek een ervaren vrouwelijke medewerker.
Ik laat zijn berichtje een paar dagen liggen, ik weet eigenlijk niet of ik er aan toe ben om te gaan werken, het half jaar rust heeft mij goed gedaan, ik heb in die tijd geen medicijnen hoeven slikken, het prikkel arme leven heeft voordelen.
Aan de andere kant merk ik dat de regelmaat van het werken toch een gemis is, ik ben veel minder functioneel en daar erger ik mij aan.

Na nog een bericht van hem besluit ik hem terug te bellen, hij wil mijn CV naar zijn opdrachtgever doorsturen, en als het de opdrachtgever aanstaat volgt er een gesprek.
Een paar dagen later luister ik naar zijn enthousiaste bericht dat de opdrachtgever mij graag wilt spreken.

Shit, en nu....
Natuurlijk ben ik vereerd dat men mij nog wilt hebben, maar de is een klein probleempje....
Ik heb iets, iets chronisch onder de leden, en de vraag die dan rijst is....
Vertel ik het wel of niet.
Het wordt afgeraden door veel psychiaters, of afgezwakt, zo van zeg dat je alleen depressies hebt, dat is minder erg.
Ik weet even niet wat wijsheid is en praat er over met mijn bipo vrienden en mijn man.
Wel of niet vertellen, moet je openheid van zaken geven of niet?

Manlief komt met de doorslag.
Weet je Gaab, zegt hij, je hoeft niet te werken, je mag werken, en als ze je niet accepteren met een ziekte dan zegt dat meer over hen dan over jou. Je bent goed in wat je doet, ze nodigen je niet voor niks uit, je hebt een dijk van een CV, ook nadat je ziek werd heb je goed werk geleverd.

Hij heeft gelijk, in dit land kan je als je wilt er bijna voor kiezen om niet te werken, een mooi voorbeeld is een vrouw die dit najaar bij het programma POW camping doodleuk vertelde dat ze na tien jaar werken geen zin meer had en heeft gezegd dat ze depressief was en doodleuk een WIA uitkering kreeg...

Ik bel de meneer van het werving en selectie bureau en temper zijn enthousiasme door te vertellen dat ik een chronische psychische aandoening heb, ik noem het beestje op zijn verzoek bij de naam en vergeet niet te vermelden dat mijn vorige baas daar geen moeite mee had.
Ik laat het aan hem over of hij het wel of niet aan zijn opdrachtgever gaat melden, maar hoor uit zijn reactie dat hij dat wel van plan is.

Het is afwachten, ik ga er min of meer vanuit dat het een nee wordt.
Maar niks is minder waar, met het zelfde enthousiasme wat ik inmiddels ken van de werving en selectie meneer staat er vandaag een voicemail bericht op mijn telefoon.
Hij heeft de opdrachtgever verteld wat mijn manco is, de opdrachtgever heeft het ziektebeeld gegoogled en wil alsnog een gesprek met mij, volgende week dinsdag als het schikt.

Openheid van zaken, ik zeg doen!
Het sigma waar vooral de psychiatrie en de psychiatrische patiënt het veel over hebben, leeft blijkbaar niet zo sterk onder de mensen uit het bedrijfsleven.
Ik kijk uit naar het gesprek omdat ik gewoon Gaab mag zijn met een bipolaire stoornis, die toch nog goed genoeg in de markt ligt om daar overheen te stappen.


Nog de beste wensen voor 2015 by the way!




vrijdag 28 november 2014

De boer op gaan



Van de week kreeg ik een appje van een van de “klassen moeders” van kindje.
Gaab wil je rijden vrijdag de klas gaat een koe adopteren, en jou dochter heeft het initiatief genomen voor deze actie, dus...
O, ja die koe dacht ik, ik weet nog dat kindje een paar maanden geleden thuis kwam na een uitstapje met haar grootouders en zij een koe wilde adopteren.
Mam voor vijftig euro kan je een biologische koe adopteren mag ik dat?
Ja daaag.
Ja maar mama dat is leuk.
Ja heel leuk, spaar er maar voor als je het echt wilt, maar bedenk je wel dat dit ten kosten gaat van het spaargeld wat je hebt gereserveerd voor je eigen laptop.

Als ouder kan je niet ingaan op alle wensen van je kind, vind ik, als ik in mijn normale doen ben dan, dan heeft mijn nuchter boeren verstand, die ik aan weerszijde van mijn stamboom heb meegekregen de overhand.
Kindje kijkt er vaak naar uit als haar moeder weer heerlijk impulsief is, en de gekheid die ergens in de familie wel vaker voorkomt de overhand neemt.
Mam, ben je weer lekker manisch?
Nee.
O, wat jammer van niet anders gaan we lekker shoppen!
Hard voor jou, spreek ik in haar taal..

Ze heeft pech, omdat ik al een tijdje niet werk, en dus ruim de tijd heb om rustig en vrij prikkel arm door het leven te gaan, ben ik, wat men in de psychiatrie stabiel noemt.
Zonder medicijnen is het best te doen als je stress vermeid, maar is dat het leven wat ik ambieer?

Tot op zeker hoogte zeker, maar die kriebel die ergens in mijn achterhoofd blijft jeuken, het willen werken ondanks dat de staat heeft besloten dat ik het niet meer hoeft omdat ik ziek bent, die werd deze week weer aangewakkerd toen ik twee collega's met een psychische aandoening op een youtube filmpje zag voor www.psychischegezondheid.nl, heel inspirerend vertelde zij hun verhaal over hun ziekte en hoe ze toch aan het werk zijn.

Ik weet zelf ook hoe het is om te werken met een psychische aandoening heb het bijna vier jaar gedaan, maar moest wel aan de pillen om het vol te houden, dat vind ik op dit moment een dilemma, want het leven zonder medicijnen bevalt mij. Maar dat werken dat vreet ook aan je, wat moet ik doen.
Voor mijn gevoel moet ik gewoon weer de boer op, verkopen wie ik ben, gek of zo gek nog niet.
Kijken of het toch weer gaat en eventueel dan maar weer medicijnen slikken omdat het werkend leven veel voldoening geeft, en net als mijn dochter creatief zijn in het vinden van oplossingen.

Ze mocht geen koe van mij adopteren, dus bedacht ze een manier om toch haar wens te vervullen. Als ik het niet mag van mijn moeder hoe kan ik het toch voor elkaar krijgen om mijn wens te vervullen, moet zij zich afgevraagd hebben.
Vol vuur gaf zij een betoog voor de klas, hoe leuk is het om als klas een koe te adopteren, de klas was enthousiast, ze zamelden geld in door legen flessen op te halen en brachten het benodigde bedrag samen.

Zij ging de boer op voor iets wat zij graag wilde, een biologische koe adopteren, en zie daar de klas is een koe rijker.
Geweldig.
Nu ik weer.


dinsdag 18 november 2014

Kleurrijk



Aan tafel zit een indo chinees, met een tikkeltje Afrikaans bloed vermoed ik, zijn kop heeft hij kaal geschoren omdat zijn haarlijn iets te ver weg was en om het niet zichtbare niet relevant was schoor hij het restant weg, als hij een krullen pruik zou opzetten, wat hij ooit eens deed voor een goed betaalde commercial, zijn lippen rood schildert en een gouden oorbel in zijn oor zou hangen zou hij niet misstaan op de pakjes boot.

Of als hij twee eeuwen eerder had geleefd zou hij onopgemerkt in het ruim van een slaven galei, ik noem het maar zo, onopgemerkt zijn latere lot op de plantage hebben geleefd.

Maar nee die tijd is allang vervlogen en zo dient men het ook te behandelen, de kale meneer met een lichte Surinaamse tongval is uitgeroepen tot... ik weet niet meer eens wat allemaal.
Aan zij tafel bespreekt hij luchtig het wereldse leed en heeft een scala aan kleurrijke gasten aan zijn tafel elke avond weer.

Hij bespreekt en spreekt over onderwerpen als racisme maar nooit laat hij zich uit of geeft zijn eigen mening, het is een host, iemand die neutraal de wereld in kijkt, geen kleur bekend.
Iemand die als hij in de spiegel kijkt zichzelf ziet en niet het etiket wat er eventueel op zijn voorhoofd zou kunnen plakken, die van neger, zwartjakker, profiteur van zijn kleur of iets dergelijks.
Hij ziet het niet en daarom ziet de buitenwereld het ook niet, zo zou het moeten zijn.

Ik neem zijn voorbeeld graag als is mijn kleur een stuk lichter, de donker kant van mijn bestaan iets donkerder, weliswaar onzichtbaar als je naar mij kijkt.

Maar dat ik een donker bestaan met mij meedraag dat is zeker, ik ben niet altijd de persoon die ik zou willen zijn ik ben een mietje met een slappe psychische aandoening die mee moet doen met de wereld zoals die door de overheid wordt gedirigeerd.
Een van de vele die hunkeren naar een bestaan wat niet voor een ieder is weggelegd, of ja soms wel als het goed gaat, als ik mij goed voel als ik, zoals de afgelopen jaren, een baas heb gehad die wist waar ik last van had en daar rekening mee hield, iemand die mijn kleurrijke ik begreep en het ook accepteerde als de felle kleuren niet meer dan wat vage pasteltinten werden.
Begreep dat ik soms er tussenuit moest omdat mijn wereld in zijn hoedanigheid te sterk voor mij was en ik dan met medicijnen tot een redelijkheid kon komen die algemeen geaccepteerd wordt.

De wereld verhardt, een voetballer die een selfie plaatst met louter donker spelers wordt aan de hoogste discriminerende boom gehangen, de reacties van zijn “volgers” liegen er niet om, alles in één kleur dat is not done in onze tijd blijkbaar.

Het kleurrijke bestaan mag alleen als je je individueel presenteert, niet als groep.
Als groep ben je namelijk een stigmatiseerden eenheid die niet serieus wordt genomen die sterker nog een communie vormt waar onverlaten hun, ik weet niet welke frustraties op bot vieren.
Zielig maar waar.
Alleen zijn lijkt kwetsbaar maar vreemd genoeg kan je beter in je eentje de barricade op dan met een hele groep.
Een mooi voorbeeld van individueel aandacht vragen voor een moeilijk onderwerp zijn Myrthe van de Meer en Isa Hoes, beiden maken duidelijk waar zij last van hebben of zijn de partner van geweest.
Beiden zijn met hun boeken in de publiciteit geweest en laten zich daar over uit.

Maar zijn zij lid van een groepering die het beste voor hebben voor mensen met en psychische aandoening?
Nee.
Willen zij zich daar aan binden?
Nee.

Nee een kleurrijke groepering gaat het niet worden voor hen, waarom niet?
Omdat als je kleur bekent en dat groepeert, je niet serieus wordt genomen, bespot eerder, en niet als vol aangezien wordt omdat je het blijkbaar niet alleen aan durft of kan.
Mietjes dus.

De kleurrijke kleur die je hebt mag je hebben zolang je maar niet als groepering beweegt.
De maatschappij is meer dan ooit gericht op het individueel, één man is geen bedreiging een groepering wel en hoe kleurrijker hoe enger.

Of heb ik ongelijk.....







vrijdag 7 november 2014

Empowerment!, nu even niet..



Wat een geweldig woord, empowerment, sla het woordenboek er op na en deze tekst volgt:

Het gebruik maken en ontwikkelen van zijn capaciteiten om in economisch, sociaal en politiek opzicht actief mee gestalte te geven aan zijn eigen leven en dat van de gemeenschap waarvan men deel uitmaakt.

Mijn autocorrectie, kent het woord niet maar als ik, en dat doe ik veel, op internet kijk wat het nieuws is op GGZ gebied dan kom ik het woord veelvuldig tegen.

Yes we can! Ik schreef er al eerder over, natuurlijk kan je met een psychiatrische diagnose gewoon werken, kan je je kracht aanspreken, kan je het beste uit je halen, het kan!

Ik kan mij scharen onder de kleine groep mensen met een psychiatrische diagnose die succesvol weer aan het werk is gegaan ondanks dat het UWV en de psychiatrie het geen goed idee vond dat ik weer ging werken het zou ontregelen en mij nog zieker maken.
Ik ben iemand die altijd graag het tegendeel bewijst, en ja ik heb gewerkt, en nee het was niet makkelijk, maar soms moetje op je tandvlees lopen ook al bloed het, je doet het je kan het, je wil het, kies zelf de volgorde waarin je het wilt lezen....

En dan, dan zit je een half jaar thuis, omdat het bedrijf waar je met plezier met je gekheid heb gewerkt over de kop is, je kan je zelf voor de kop slaan omdat je in het voorjaar nog dacht dat het wel eens fijn zou zijn om even een paar maanden rust te kunnen hebben, het werk is zwaar maar leuk maar mijn god wat zou ik graag even bijtanken, even bijkomen en geen medicijnen slikken omdat ik anders mijn werk niet kan doen.
Het was de goden verzoeken, en je wens ingewilligd krijgen, maar niet op de manier die je voor ogen had.

Wat ik merk is hoe belangrijk werk is, werk is een mooi masker voor de buitenwereld, ga in gesprek met mensen en uiteindelijk komt het gesprek altijd op wat doe jij.
Toen ik honderd procent afgekeurd thuis zat en men vroeg wat ik deed was ik eerlijk al vond ik het absoluut niet leuk om te zeggen dat ik afgekeurd was voor werk.
Nu kan ik zeggen dat het bedrijf waar ik werkte failliet is, en dat ik ´between jobs´ ben maar soms zeg ik wel eens, en dat is fout, dat ik wel weer ga werken maar dat het even goed is zo, nu even niet.

Wat doet even niet werken met mij, ik moet zeggen het scheelt een hele hoop medicijnen en ontregeling.

Maar dat mag niet, je mag niet, als je normaal wilt zijn dan, een time out nemen.
Daar is geen ruimte voor niet als je je onder de werkende mensen begeeft dan.

Je krijgt dingen naar je hoofd geworpen als, ach kan jij die kinderen niet alleen naar hockey brengen maar ook halen, jij hebt toch niks te doen...
Of ,wat zeg je, je neemt even rust, maar dan weet je zeker dat je niet meer aan het werk komt....

Ik vraag een vriendin die bewust heeft gekozen voor het moederschap en het huisvrouwen bestaan hoe vaak zij deze dingen naar haar hooft geslingerd krijgt.
Ach Gaab, zo vaak, zegt ze, mijn keuze is niet gangbaar meer in deze tijd en mensen die het niet accepteren tja dat is hun ding niet het mijne.

Het is niet zo dat ik niet meer wil werken, maar mag ik de keuze maken om een time out voor mijzelf in te bouwen om mij te bedenken wat ik wil gaan doen en kan gaan doen met een minimum aan medicijnen, want een ding is mij duidelijk, werken is voor mij een geweldige uitdaging die helaas gepaard gaat met medicijn gebruik omdat ik om ´normaal te functioneren` dat blijkbaar nodig heb.

Best jammer om dat te constateren.

Maar ach we leven in een participatie maatschappij dus empowerment hoort daar bij.
Ja ik kan het en ik ga het ook weer doen maar kom op mensen nu even niet, ik heb veel gedaan en ga het weer doen echt waar overheid en bezielde gekken die het licht hebben gezien en deze mooie worden hoog in het vaandel dragen, maar nu even niet.

Zo.





woensdag 5 november 2014

Chronisch vliegen



Waarom zie ik geen blogs meer van je, vraag ik vriend P.
O ik heb alles gezegd wat ik wilde zeggen en ben er eigenlijk klaar mee.
O wat jammer, vond je berichten altijd erg leuk om te lezen.
Ja maar ik ben weer aan het werk en heb dit hoofdstuk voor mij afgesloten.

Ik vraag mij af in hoeverre dat mogelijk is het hoofdstuk chronische psychische aandoening afsluiten.
Dat kan niet, er staat een woordje in de weg chronisch.
Het gevoel dat dat woord geeft is als een never ending story, een cyclus, een repeterend verhaal.
Er komt geen eind staan, kan je het schrijven er over ooit afsluiten?
Ja dat wel, maar het beeld niet, als in het ziektebeeld.

Toch geef ik hem gelijk, en zie bij mijzelf ook dat ik alles wel verteld heb wat ik kwijt wilde over mijn omgang met de ziekte. Hij heeft het voordeel dat schrijven zijn beroep is en dus altijd zal kalken op een tegenwoordig virtueel papier.
Ik niet ik ben een ontwerper ik teken voor mijn beroep, schrijven is een bezigheid die ik doe om voor mijzelf rust te vinden, mijn gedachten te ordenen of mijn frustraties te begeleiden voordat het een onoverzichtelijke warboel wordt in mijn hoofd.

Vaak adviseer ik mensen die mij bellen via de lotgenoten lijn hun ervaring op papier te zetten omdat schrijven je help dingen in een duidelijk perspectief te zetten, ook het terug halen van minder leuke ervaringen zorgen ervoor dat je als ze eenmaal op papier staan een stukje verwerking met zich meebrengen, de concentratie die het vergt om te schrijven maakt dat je orde kan scheppen in de chaos die deze gebeurtenissen teweeg hebben gebracht.
Ik zeg doen.

Maar wat nou als je in rustig vaarwater bent, zoals ik nu, sinds een paar maanden ben ik mijn baan kwijt, heb drie en een half jaar gewerkt, maar helaas de recessie is onze deur niet voorbij gegaan we konden niet meer opboksen tegen de moordende concurrentie.
Einde verhaal, en eerlijk is eerlijk begin van de rust, het niet werken heeft helaas ook voordelen.
Normaal zijn september en oktober moeilijke maanden voor mij, het terugkomen van vakantie het weer terug komen in een werkritme en de beurs in Duitsland eind september het was geen feestje.
Ik slikte altijd medicijnen in deze periode.
En nu?
Nada, noppes, niks.

En dan dan komt de vraag op wat deed en doet werken voor mij.
Het geeft mij veel plezier, het geeft mij ook stress, het zorgt ervoor dat ik mij volledig voel, met als voor en nadeel dat ik kan vliegen maar ook kan dalen stemming technisch gezien dan.
Wil ik dat?
Ja eigenlijk wel want ik merk dat ik niet kan schrijven als er niks gebeurt in mijn leven in de zin dat ik een bevlogenheid nodig heb om mijzelf te zijn, dit leven noemt men gezond voor mensen als ik maar zelf kan ik niet zonder de hobbels die ik opwerp om mijn leven aangenaam te maken, al weet ik dat de consequentie van turbulentie een keerzijde kent.

Na maanden rust ben ik er eigenlijk wel weer klaar mee, het pst niet bij mij, het is tijd om weer wat te gaan doen, maar wat in deze tijd mijn branche ligt nog op zijn gat, en zeg nou eerlijk zitten ze dan te wachten op vrouw die ook nog eens trekken van een stoornis vertonen kan?

Ik weet niet zo goed wat ik ga doen, maar dat ik wat ga doen dat is zeker.
En dat schrijven?
Tja dat komt wel weer als de bevlogenheid weer vleugels krijgt, en het chronische repeterende verhaal wat ik bij mij draag weer zijn kop op steekt.

zaterdag 18 oktober 2014

Buren.



Als ik thuis kom van een rondje met het hondje op een zaterdag dat wij eigenlijk de boot uit het water zouden halen, maar harde wind en lichamelijke ongemakken in de zin van, ach, best leuk dat kleinste kamertje waar je de halve nacht hebt gezeten omdat je darmen hun ongenoegen willen spuwen na, tja, wat heb ik verkeerd gegeten?, zie ik manlief voor ons huis geanimeerd met de buurvrouw praten.

Zij met grote zonnebril en een wijntje in de hand, zittend op het bankje voor hun huis, genietend van het feit dat het eind oktober nog mogelijk is. Hij zit op een van de stenen pilaartjes die de bouwer om het uiterlijk van een pittoreske wijk te benadrukken bij elke ingang van de tuin heeft geplaatst.

Hè wat gezellig, manlief praat ook eens met de buren, ik ga achterop om mijn fiets weg te zetten, eens per dag neem ik ons beestje mee met de fiets zodat ze even lekker kan rennen, en rennen kan ze in volle galop houdt ik haar niet bij op mijn tweewieler.

Ik ben niet zo van de kletspraatjes, groet een ieder keurig maar blijf nooit staan om het naatje van onze nieuwbouw buurt kous te weten te komen.
Als ik door de buurt rijd zie ik altijd her en der mensen staan praten met elkaar, en in de tijd dat ik kindje nog van school ophaalde sloegen de buurt roddels mij om de oren, met als standaard begin zin; weet je van... heb je gehoord van...
Nee, en het interesseert mij eigenlijk ook niet.
Ik weet dat er zo over ons gesproken is in de tijd dat het niet goed met mij ging, mensen die mij niet kenden vertelde mij jaren later als ik eens open was over die periode dat ze er van hadden gehoord maar niet wisten dat ik het was.
Ik vraag me dan af wat mensen beweegt om over iemand te praten met iemand die die gene niet kent.
Sensatie zucht? Of het feit dat er mensen zijn die blijkbaar geen eigen leven hebben en dat van een ander dan maar breeduit moet meten en delen met mensen die blijkbaar zo netjes zijn om het aan te horen, of zo iets.

Na mijn herstel kan ik niet zeggen dat ik vrienden ben verloren, wel mijn buurtgenoten, waar wij vroeger regelmatig contact hadden met een aantal, werd het in de loop der jaren duidelijk dat wij niet meer dan buren waren en dat moeilijke situaties als een geestelijke ziekte te ingewikkeld zijn voor buurtgenoten.

Ik vind het prima, beter een goede buur dan een verre vriend is andersom meer van toepassing, als ik kijk naar wie er voor ons waren naast onze familie natuurlijk, onmisbaar waren zij als het er echt op stond ik kan zeggen dat mijn ouders en schoonouders van onmisbare waarde waren in de periodes dat ik opgesloten zat, zij hebben er voor gezorgd dat het leven thuis doorging en dat onze dochter weinig tot geen last heeft gehad van mijn afwezigheid wat als met al een jaar aan opnames is geweest in het tijdsbestek van anderhalf jaar.
Naast mijn familie waren het vooral mijn vrienden en met namen mijn beste vriendin die in Zwitserland woont waar ik de meeste steun aan had en nog heb.

Als ik via de achterdeur ons huis binnen ga en de hond los koppel, naar de keuken ga en haar een koekje geef zie ik uit ons keukenraam dat manlief nog steeds met de buurvrouw praat, dat is lang voor zijn doen.
Na een tijdje besluit ik om ook maar eens mijn sociale buurt gezicht op te zetten en deel te nemen aan het praatje pot met de buurvrouw.

En een praatje pot wordt het, over de buurt vrouw die onlangs verhuist is en wie er nu woont, ze weet alles want zij is een van de vrouwen die met een regelmaat bij school of op de hoek staat te praten met iedereen, als er meer buurtgenoten gezellig mee komen kletsen vind ik het een mooi moment om af te haken, manlief denkt het zelfde en wij verdwijnen geruisloos in ons huis.

Biertje? Vraag ik manlief,
Ja lekker, zegt hij met een glimlach.
Wat een gedoe zeg, vervolgt hij, wist jij dat ze min of meer uit elkaar zijn?
Wat?
Ja joh, de buurvrouw vroeg of het ons was opgevallen dat de auto van de buurman niet of nauwelijks meer voor de deur staat.
Jezus, zeg ik, ik dacht dat hij hem gewoon achter parkeerde.
Jezus Gaab jij bent elke dag thuis heb je dat niet gezien dan? Vraagt hij verbaast.
Nee schat ik ben niet echt het type wat daar op let, wat er in de buurt gebeurt is niet mijn corebusiness, ik houd niet bij wie wanneer waar is, wie het met wie doet en wie uit elkaar zijn.
Ook niet van onze directe buren.

Ik moet zeggen wij wonen hier leuk, het huis is geweldig de buurt ook, maar de mensen ach ja het zijn onze buren, maar niet onze vrienden.

Maar moet ik niet eens met de buurman praten, zegt manlief, het is toch belachelijk dat hij weg is, wat is dat nou, je bent verdomme niet voor niks getrouwd, en hebt kinderen dan vecht je toch voor je huwelijk?
Als je hem ziet dan kan je dat doen zeg ik, maar het is je buurman niet je vriend.

Misschien ben ik wat lomp als ik dit zeg maar, wat wil je dan als het beton tussen de huizen net zo dik en gewapend is als de afstand die je tot je buren hebt, moet je je dan met hen bemoeien als je dat anders ook niet doet?

Het zijn je buren....
Niet meer niet minder.










woensdag 8 oktober 2014

Vind ik leuk



Voordat ik het boek de dag der dagen van Ira Levin opstuur naar vriend P, journalist/schrijver en net als ik behept met een bipolaire gevoeligheid , wil ik het zelf nog even lezen.
P kent de schrijver niet, en ach het is ook niet de grootste meester op literair gebied, vele kennen zijn verfilmde boek Rosemary's baby wel, of klinkt er soms een vaag belletje als je the boys from Brazil roept, die ook verfilmt is zie ik net op wikipedia.

De dag der dagen of the perfect day, zoals het boek in het origineel engels heet, handelt in de toekomst, de wereld is perfect iedereen lijkt op elkaar, licht Aziatische, bruine ogen en donker haar. Alles wat je doet in deze toekomst wordt geregistreerd en bijgehouden door een computer die vereerd wordt omdat dit apparaat gezien wordt als een god die het harmonieus leven mogelijk maakt.
Als je afwijkt zoals de hoofdpersoon, die een blauw en bruin oog heeft, betekend dit dat je je niet mag voortplanten, maar dat geeft niet want een ieder bevindt zich in een relaxte staat van welbevinden, dit wordt gegenereerd door een maandelijkse schot medicijnen die een ieder toegediend krijgt.
Mocht je toch nare of niet gepaste gedachte hebben dan moet je dit melden, en als jij dat niet doet dan doet je omgeving het wel en ben je dankbaar dat je een extra shot medicijnen krijgt, want nare gedachte of vrij denken is gevaarlijk en niet wenselijk in deze samenleving.

De rede dat ik het boek opstuur naar vriend P is dat wij een gemeenschappelijke deler hebben naast het gek zijn dan en dat is het idee dat de wereld uiteindelijk een perfect gedresseerde samenleving wordt waar uitschotten niet meer getolereerd worden en met medicijnen mond dood worden gemaakt, of vroegtijdig de dood in worden gedreven.

Zoals bekend is zorgen de meeste psychofarmaca voor een levensduur die ingekort wordt met gemiddeld 15 jaar.

Het sluipende begin van de eliminatie van de zwakken is reeds in gang gezet.
Het creëren van een happy world ook overigens, neem face book, er is alleen een vind ik leuk knop te vinden, u kent het wel het blauwe duimpje dat je aan kan klikken.
De vind ik niet leuk knop bestaat niet, de god wat kut voor je knop heeft de in de tantrale denkwereld van de maker als helemaal geen plaats.

Wij zijn niet zo ver weg van de wereld waarin een ieder gedijd in een sluimer van geluk, het feit dat reeds een miljoen mensen in ons kleine landje antidepressivum slikt en onze kinderen steeds meer, en jonger, aan de psychofarmaca worden gezet zijn daar voorteken van. Een ieder die ik ken of die iemand kent die dit zijn kinderen aandoet hebben hele mooie excuses en vertellen vooral dat het echt werkt.

Op facebook nam ik de proef op de som ik wilde wel eens zien in hoeverre wij zijn verwijderd van de perfecte wereld.
Ik poste een berichtje met een oproep om geld in te zamelen voor een goed doel namelijk 113 online, een zelfmoord preventie telefoonnummer, geen ver van mijn bed show daar ik een geschiedenis heb waarin ik een paar keer een poging deed, ik ben daar open over en dacht altijd dat het taboe door mijn openheid onder mijn vrienden niet bestond.

Natuurlijk is het zo dat ze het mij niet kwalijk nemen dat ik gek genoeg nog leef, maar openlijk steun betuigen en helpen met fondsen werven voor deze stichting, dat kan niet want je kan geen vind ik leuk knop indrukken voor een beladen onderwerp als dit en eigenlijk wil je het ook niet met je vrienden delen dat je iemand kent die gek is en zichzelf van kant heeft proberen te maken door een psychische aandoening.

Nihil, was de respons, het bleef stil een enkeling stuurde het bericht door of sprak mij persoonlijk aan.

Als test om voor mijzelf te bewijzen dat de wereld inderdaad afstevent op de gelukzalige wereld die Ira Levin schets in zijn boek, besloot ik om op onze trouwdag een paar oude foto's van de heugelijke dag te posten op facebook, en jawel de vind ik leuks en felicitaties vlogen mij om de oren...
Ben ik dan zo wereld vreemd als ik dat niet begrijp?
Blijkbaar, dan mag deze wereld van geluk spreken dat mensen zoals ik in de toekomst niet meer bestaan.

We willen zo graag dat alles perfect is en een ieder gelukkig is.
Er komt een perfecte dag, een dag der dagen, dat wij allen slechts één knopje hoeven te bedienen en dat is de vind ik leuk knop.
En wat nu als je dat knopje niet wilt of kan indrukken omdat het je gevoel van geluk niet versterkt, of dat je wilt denken over dingen die niet altijd het geluk behelzen?
Dan zijn daar medicijnen voor......