dinsdag 18 augustus 2015

Agenda


Wat moet je met zo'n grote agenda?

Ik kijk geïrriteerd op als ik de afspraak noteer.

Wat bedoel je?

Nou, wat moet je met zo'n agenda.

Ik kijk naar het in leer gebundelde boekwerk voor mij, mooi leer zwart met een bruine rug, als ik het dicht sla kan ik het sluiten met een elegante bruine sluiting die altijd ook als het eigenlijk niet past door de hoeveelheid extra toegevoegde papieren toch de inhoud bij elkaar houdt dat noem ik kwaliteit.

Ik kijk haar aan, zij moet mij vertellen hoe het met mij gaat, zij bepaalt mijn leven op dat moment, ik moet haar zien, zo schrijft het protocol voor.

Ik ben namelijk een patiënt die niet de gangbare wegen bewandeld, een die het lef heeft gehad om weg te gaan, tegen hun zin.

De politie stond nog net niet voor de deur toen ik besloot om tegen hun uitdrukkelijke wens in toch het pad te nemen die thuis heten.

Mijn zusje belde mij, Gaab, ik kreeg een of ander psychiater aan de lijn, ze kunnen je niet bereiken of zo, ze vroeg mij of het nodig was om politie inschakelen.

Doe niet zo gek Gaab, bel die mensen gewoon.

Ik ga over stag, mijn zus heeft gelijk, if you can't beat them, don't ever join them, just try to live with the fact that.....

Ik kijk naar het mooie leer, het was ooit eens een cadeau van mijn man, toen wij elkaar niet eens zo lang kende, we voeren met onze eerste bootje naar Hoorn, onze eerste vakantie samen op onze kleine 27 voeter, mijn agenda die ik ooit eens in Parijs had gekocht, eentje van het zelfde formaat, ik hou van groot en overzichtelijk, viel uit elkaar.

In die tijd leefde je nog met papier, alles wat van belang was stopte je in je agenda of Filofax, je mini multomap die in je tas paste, een telefoon was in die tijd nog een telefoon.

Hij kocht voor mijn verjaardag dit mooie exemplaar van leer in dat winkeltje in Hoorn, sinds die tijd gebruik ik deze agenda voor alles, werk, privé, privé en werk.

Ik kan zeggen dat ik er mooie en minder mooie evenementen in heb mogen noteren, van orders die ik binnen haalde voor het bedrijf waar ik werkte tot de dag dat ik mijn miskraam mocht laten curetteren.

Ik sla haar dicht, en kijk naar de vrouw tegenover mij.

Ik begrijp haar niet.

Wat bedoel je?

Nou, zegt ze, die heb je niet echt nodig, die grote agenda...

Pardon?

In jou situatie, bedoel ik....










woensdag 12 augustus 2015

the Bitch


Er is een bekende Engelse politicus die rond de tweede wereldoorlog het the black dog noemde, ik noem haar the bitch.

Eerlijk is eerlijk, ik heb meer een hekel aan mijn soortgenoten dan aan honden.

Daarom noem ik haar graag zo.

Het kutwijf kan ook of die hoer sloerie of slet.

Engels is makkelijker de taalbarrière maakt dat ze niet te dichtbij komt.

Tenminste dat hoop ik altijd, stiekem wortelt ze zich elke keer weer, ook als ik denk dat het niet meer gaat gebeuren, ik ben toch goed bezig? Ik doe toch mijn best....

Nee daar houdt zij geen rekening mee ze komt omdat ze vindt dat ze ongenodigd een plaats verdient in mijn leven, vraag mij niet waar ik het aan te danken heb, ik troost mij met de gedachte dat het een genetisch gevalletje is.



Dat het je dagelijkse leven beïnvloed, dat moet ik maar voor lief nemen.

Ik neem haar mee overal waar ik ga, ik moet wel ze zit op mijn rug, onder mijn huid, in mijn aderen, spieren, zenuwstelsel, cellen en waarschijnlijk in mijn DNA.

Overal waar ik ga, ze blijft bij me ik kan niet anders dan met haar praten, ik moet wel om het leven enigszins dragelijk te maken voor mij en mijn omgeving.



Ze reist met me mee over de Noordzee, ik weet dat ik die lief heb, al maakt zij het mij moeilijk, ze sart me elk moment dat er een stukje mooi kan zijn.

Ik wil haar niet meenemen ik wil genieten, ik weet dat ik dit mooi vind ook al zit het weer en de wind niet mee.



Stil zit ik in de kuip doe de dingen die ik moet doen, maar kan ook niet de dingen die ik wil doen.

Het varen laat ik over aan mijn man, vorig jaar was ze er niet, die allesomvattend trut die mij in haar greep kan houden, die overigens niet meer de wens uitspreekt om het leven te laten, in zoverre zijn wij een beter verstandhouding aan gegaan, maar toch het blijft een trut een kut, een dame die ik met geen hond kan vergelijken.

Ze blijft mijn bitch.

Het is afwachten er komt weer een tijd dat ze mij met rust gaat laten.

Tot die tijd leef ik met haar, mijn onwelkome gast die een deel van mij is.

zaterdag 30 mei 2015

Wat moet ik hiermee?



Gisteren sprak ik een inmiddels goede bipo vriendin.
Hoe ik haar heb leren kennen?
Gewoon via twitter.
Zij blog, ik ook, zij zit op twitter, ik ook, en zo kruis je elkaars pad en bedenk je je dat het internet een mooie manier is om gelijk gestemde te vinden en vriendschappen op te bouwen die je anders niet had gemaakt.

Ik zie zelf de aversie die dit ziektebeeld opbrengt, als ik eerlijk ben dan ben ik eigenlijk niet zo blij dat er mensen in mijn omgeving zijn die hetzelfde hebben.
De anonimiteit van het internet bevalt mij beter in ieder geval om de eerste contacten te leggen.
Eerst berichten sturen, dan email adressen uitwisselen en dan een telefoonnummer.

Het is een voor mijn gevoel veilige manier van het opbouwen van een vriendschap in deze tijd.
Het voelt ook veilig die afstand, zegt mijn nieuwe vriendin.
En ik geef haar gelijk.
Het recht in je bek geconfronteerd worden daar heb ik ook moeite mee.
Dat had ik niet gedacht en eigenlijk heb ik er gelukkig ook niet veel ervaring mee, ja twee jaar geleden wordt mij de bipo man van een teamgenoot ongenuanceerd onder mijn neus geschoven, ze had mij verteld dat haar man het zelfde heeft als ik, maar wat is het zelfde?
Ongemakkelijk stond hij daar met zijn biertje in zijn hand op een mooie zonnige namiddag op de club, zijn vrouw stelde ons nadrukkelijk aan elkaar voor.
En dan? Zijn wij verplicht om op een drukke zondagmiddag op een sportveld met elkaar te praten?
Omdat wij een ver gezochte onzichtbare verbintenis met elkaar hebben, die niet meer is dan de zelfde diagnose?

Even keken wij elkaar ongemakkelijk aan, het staat dan wel niet op ons voorhoofd geschreven maar gevoelsmatig zag iedereen wat wij als vreemde iets met elkaar moesten delen.
En dan blokkeer ik, hij ook gelukkig.
Ongemakkelijk maken wij een praatje over de prestaties van heren 1, kijken rond, en doen een wedstrijd wie het eerst een bekende ziet die meer aandacht verdient, hij wint.

Het opdringen van lotgenotencontact is niet mijn ding, het ergert mij zelfs bedenk ik mij vandaag als ik mijn dochter ophaal van het schoolkamp, naast mijn dochter vervoer ik nog drie kinderen die door de juf zijn geselecteerd om met mij mee te rijden.
Het is geen toeval dat het nieuwe meisje in de klas bij mij in de auto zit, het is ook geen toeval dat het meisje bij mijn dochter in de klas zit.
De school van mijn dochter heeft twee groepen acht, die van mijn dochter telde al 26 kinderen voor haar komst, de andere groep heeft er slechts 23 kinderen, en toch krijgt de klas van mijn dochter dit meisje in de klas.

Het meisje woont sinds kort bij haar vader, samen met haar zus, ze woonde bij hun moeder ergens in het noorden van het land, maar dat ging niet meer.

Mijn moeder is manisch depressief, zegt het meisje in de klas, en moest daarom opgenomen worden, daarom wonen wij nu bij papa.
Mijn dochter kon het niet nalaten om te melden dat haar moeder dat ook heeft iets wat niet onbekend is bij de school, de eerste jaren van haar schooltijd was ik met een regelmaat niet aanwezig door het niet kunnen omgaan met de aandoening destijds.

Nog geen week voor haar komst kreeg ik van een moeder van de andere klas te horen dat er ook zo'n vader als ik in die klas zat.
Ja, hij heeft het zelfde als jij maar het gaat echt niet goed met hem, hij was wéér opgenomen.
Ik vraag mij af waarom het meisje in de overvolle klas van mijn dochter is geplaatst, ergens voel ik nattigheid na het verhaal van de moeder van de andere klas.
Wat is beter, een kind met een manisch depressieve moeder plaatsen in een klas waar ruimte genoeg is maar waar een vader met die ziekte weer is opgenomen, of een kind plaatsen in een overvolle klas bij een meisje waarvan de moeder het al jaren 'goed' doet....

Ik kijk in mijn achteruitkijkspiegel, zie haar zitten, kan niet ontkomen aan de gedachten dat het toeval ver te zoeken is.
Waarom zeggen mensen niet recht voor zijn raap wat ze willen?
Waarom moet ik zonder dat het mij direct gevraagd is met lotgenoten praten?
Waarom vraagt men mij niet gewoon, god Gaab, jij het het ook, wil jij er een keer met mijn man over praten, of god moeder van, we plaatsen dit meisje in de klas van je dochter omdat wij denken dat het beter voor haar is om te zien dat er ook ouders zijn die wel met de ziekte om kunnen gaan.

Wat moet ik hiermee?
Het is niet mijn keuze om deze aandoening te hebben, en het is blijkbaar zo dat je geen vrije keuze hebt om zelf te kiezen met wie je er wel of niet over wil praten.
Blijkbaar ben je een eenheidsworst voor je omgeving, een groep mensen die je zonder veel woorden er aan vuil te maken in het zelfde hokje kan plaatsen, en zonder vragen van ze verlangt dat ze maar met elkaar om moeten gaan.

Sorry, nee

vrijdag 27 maart 2015

Knettergek..



Mensen als deze piloot mogen geen podium hebben, zeg ik tegen beste bipo vriendin.
Kijk maar wat er gebeurt.
De wereld wordt weer verdeeld in de gekke en de gezonde mens.
En dat is niet hoe wij het willen hebben, we zijn allen een op deze planeet, blank, zwart, geel, rood, en soms gestoord, nee we mogen geen vooroordelen hebben, we hebben allen het zelfde rode bloed door de aderen lopen, zelfs de mensen die pretenderen blauw bloed te hebben.

Maar waarom is het dan zo dat mensen dit doen, ik vraag mij af of ik dat zou doen, zegt mijn vriendin.
Op die manier?, vraag ik haar verbouwereerd.
Ja, zegt ze met enige gêne, als ik zo depressief zou zijn zou ik dan omkijken en mij bedenken dat ik een kist vol mensen mijn graf mee in trek?
Ik schrik ervan, en ben blij dat we er over kunnen praten, bedenk mij dat dit ervoor zorgt dat het waarschijnlijk nooit zo ver zou komen. Het gevoel hebben om te willen sterven laat je voor een deel los als je er over kan praten, de beklemming delen geeft lucht en inzicht in de irreële wereld die hoort bij deze gedachten.  

Ik heb de ramp gevolgd, vanaf het moment dat het bekend werd dat het vliegtuig zich in een alp had geboord. Een ramp,een aanslag, een mankement aan het vliegtuig, dat is het eerste waar je aan denkt, maar niet aan een co-piloot die een dode wens heeft.

Toen de zwarte dozen beluisterd werden werd al snel de conclusie getrokken dat de jongeman de dader was van dit gruwelijke ongeluk, als je het zo mag noemen, nee het is geen ongeluk het is een gruwelijke daad.
De media staat er stijf van, elk praatprogramma nodigt deskundige uit, die hun zegje doen, de luchtvaart wordt erop aangekeken op het feit dat ze te weinig de psyche van hun personeel controleren, er vallen woorden als knetter gek, psychopaat en gestoord.

Ik denk zelf eerder aan narcisme in combinatie met een zware depressie, als ik dan toch ook even mag speculeren
Dat je een dode wens heb dat snap ik wel als geen andere zelfs, maar dat je het je in je botte hersenen haalt om 149 andere mee te nemen in je graf dat getuigd toch echt van een vorm van narcisme.
Zeg nou eerlijk, je kan toch ook gewoon ergens in een hotel kamer jezelf opknopen? Of een overdosis van het een of andere innemen?
Wat bezield je om het op deze manier te doen?
Ik denk aandacht, je wil niet onopgemerkt de wereld verlaten, het moet groots of eerder grotesk zijn, zijn gevoel voor drama zal ik maar zeggen over de rug van anderen.

Op twitter gaat het los, ik volg nogal wat mensen als ik met een psychische aandoening, dit nieuws werkt weer stigmatiseren! Wordt er geroepen, er wijdt iemand een blogje aan de wereld draait door, Matthijs van Nieuwkerk heeft de piloot in kwestie namelijk knettergek genoemd, en dat mag niet.
Als ik eerlijk ben dan kan ik Matthijs geen ongelijk geven, deze man is namelijk knettergek, hij verkies de dood, alla, maar 149 mensen meenemen, sorry ik mag dan wel een stoornis hebben maar dit is echt gestoord deze man is met recht knettergek geweest.
En als ik eerlijk ben hoop ik dat deze tragedie snel vergeten wordt, omdat ik vind dat dit soort mensen geen podium mogen krijgen.
Helaas is het zo dat hij wist dat hij deze aandacht zou krijgen.
Ik zeg gestoord, knettergek, en zeker niet een voorbeeld van de gemiddelde gek, zoals ik en een groot deel van de bevolking.





vrijdag 20 maart 2015

Opgenomen



Ik zie de voor aankondigingen, een nieuw programma Anita wordt opgenomen, het is hot de psychiatrie, bijna gelijktijdig start op een ander net een programma over zelf beschadiging.
Bijna trots laten de automutilerende medemensen hun littekens zien, ik kijk er naar maar walg eigenlijk van de sensatiezucht die er blijkbaar heerst onder programmamakers.
Ja we gaan aapjes laten zien!, het is hot om de gekte in beeld te brengen!
Kijkcijfers!
Meer dan 1,5 miljoen kijker per aflevering trekt het programma Anita wordt opgenomen. Beschadigd, het andere programma, ik heb geen idee hoeveel er kijken maar ik kan mij voorstellen dat de meesten net als ik afgehaakt zijn na twee afleveringen.

Eerlijk gezegd haak ik ook af bij Anita wordt opgenomen, helemaal als ik termen hoor als, ik voel me veilig hier, en ik kom met een regelmaat terug, want ja dat is nu eenmaal zo.
Bijna plichtmatig kijk ik toch elke week weer via uitzending gemist tegenwoordig, niet meer live want dan ga ik mij mengen in twitter discussies over dit programma met hulpverleners op de late avond en dat is niet gezond.

In de eerste afleveringen was er een verpleger aan het woord die een foto laat zien van de messen set van een gedetineerde, uh, sorry patiënt, die hij geconfisqueerde van de patiënt voordat deze een bloedbad kon aanrichten, want ja, het is een gevaarlijk volkje!
Kijk maar, zegt hij als hij de volgende foto op zijn mobiel laat zien, dit is mijn arm, kijk die blauwe plek eens!, ja dat heeft een patiënt mij aangedaan!
Ik kijk vol begrip naar de foto, en begrijp goed hoe hij er aan komt.

Ik ken de omstandigheid waarin deze vorm van letsel wordt toegebracht, al kan ik mij niet herinneren of ook ik een schuldige ben.
Ik weet slechts een ding, dat de mens van nature door adrenaline gestuurd kan reageren in bedreigende situaties.
En bedreigend is het als vier mannen je aanvallen.

Ik had dit stukje ook, ze komen met vier kunnen noemen, dat is namelijk een ding wat mij is bijgebleven, hoe verward ik ook ben geweest tellen kon ik altijd, ze komen met vier.
Ik weet niet wat ze leren op de psychiatrische verpleegkunde school, maar het lukt ze altijd, tenminste bij mij, om binnen no time je daar te krijgen waar je niet wilt zijn, in kleding die je niet wilt dragen en je te voorzien van medicijnen die je niet wilt nemen.
Ik weet nog dat ik mij elke keer overrompelt voelde, en misschien kwam dat ook omdat het niet alleen een geestelijke maar ook lichamelijke nog al pijnlijke aangelegenheid was.
De blauwe plekken die gaan weg maar de barst in mijn voortand die veroorzaakt werd door het ruw tegen de grond werken wat blijkbaar hoort bij deze specifieke manier van zorgverlening, die is ondanks het vakkundig polijsten van mijn tandarts nog voelbaar.

Ik kijk naar het tafereel van een Anita die een paar uur in de isoleer gaat zitten, ja dat is heftig zegt ze.
Mens je hebt geen idee.
Ik kijk als Anita een gesprek op de gesloten heeft over seks op de afdeling en een paar dames die duidelijk onder de antipsychotica zitten nog een lollig antwoordt proberen te geven, want ja ze komen op tv en dan moet je het tocht leuk maken!
Nee leuk is het niet, als je door een psychoot tegen de muur wordt gedrukt, die tegen je aan begint te rijen, die je met een knietje op de juiste plek van je af krijgt en het maar niet meldt bij de verpleging omdat je weet dat het een paar dagen isoleer wordt voor deze jongen en dat gun je deze dwalende geest niet,  of als je 's nachts op de gang een man met een erectie tegen komt op de gesloten, die naar je roept dat hij je hard wilt neuken, echt dat geeft een veilig gevoel.
Not.

Ik begrijp de mensen niet die telkens vinden dat ze daar horen, want ja ze zijn ziek dus dan moet je opgenomen worden, het is goed, ze helpen mij hier...
Helpen?
No fucking way, ja jullie helpen mensen, zei ik ooit eens tegen mevrouw de psychiater, van de wal in de sloot.

Je maakt mensen patiënten, door deze manier van hulpverlening wat meer op pappen en nathouden lijkt dan echt helpen.

Gelukkig begint er een nieuwe wind te waaien vanuit het zuiden des lands, Jim van Os is goed bezig, volgens mij is hij er achter dat pillen en opnames niet echt werken, en dat het praten over pillen niet alleen het werk is, nee het is het aanleren van technieken om met je gevoeligheid om te gaan, want gekheid is het beste te behandelen door er normaal over te doen.....




dinsdag 10 maart 2015

Te gekke werkgevers!



Ik vraag mij af wat wijsheid is.
Vertel je meteen dat je een aandoening hebt?
Of wacht je tot het tweede gesprek.
Of vertel je het niet....

Persoonlijk vind ik dat je het wel moet vertellen tijdens je sollicitatie, ik verplaats mij namelijk in gedachte wel eens in de schoenen van de werkgever.
Zou je je niet ontzettend genaaid voelen, als je pas achter de ziekte van je werknemer komt als hij als ziek is? En vervolgens maanden moet betalen voor iemand die zijn of haar gevoeligheid voor je verborgen heeft gehouden?
Ik denk dat als ik werkgever zou zijn geweest ik mij zo zou voelen, genaaid.
Dus vind ik het bijna mijn plicht dat voor het teken van het contract de potentiële werkgever op de hoogt moet zijn van mijn manco.
Ik noem ook niet alleen de depressieve kant van mijn aandoening, omdat dat misschien minder ernstig overkomt, nee ik kan ook gewoon knal manisch worden, dan weten ze dat.
Ik zie het namelijk al voor mij, als ik stuitert door de showroom loop en zij denken, ja maar ze was toch alleen depressief?

Maar wanneer vertel je het?
Bij het vorige gesprek heb ik de meneer van het werving en selectie bureau het laten vertellen aan de potentiële werkgever.
Het bedrijf wilde mij ondanks de diagnose toch spreken, ik vroeg mij wel af of ze dat uit netheid deden of echt uit interesse.
Het gesprek wat volgde was positie, er was alleen een probleem ze wilde dat ik fulltime kwam werken, en dat gaat mij nog niet lukken.
Ik bedankte hen voor het aanbod, en vroeg mij toch stiekem af of de vasthoudendheid van de fulltime functie een mooie manier van hun kant was om mij op een nette manier toch niet in dienst te nemen.

Ondertussen solliciteer ik braaf door, en vind een leuke functie niet heel ver van mijn woonplaats, sterker nog het is de stad waar ik een aantal jaar heb gewerkt voor ik uitviel.
Ze vragen een ervaren adviseur met een HBO denk niveau, en bieden een baan voor DRIE dagen!
Ik stuur mijn CV en een kort briefje met mijn motivatie.
Binnen no time heb ik een leuke mail wisseling met de eigenaresse, en zit ik twee dagen later in hun showroom.

Voorafgaande van het gesprek discussieer ik met meerdere vriendinnen, waaronder mijn beste, en mijn beste bipo vriendin over de vraag wanneer vertel je het.
De ene zegt meteen, de ander vindt dat ik het beter helemaal niet kan vertellen.
Ik kies de middenweg, niet meteen vertellen, omdat ik wil dat ze een normale indruk van mij krijgen, gewoon de Gaab zien en niet de gek.
Mocht er een tweede gesprek volgen dan vind ik dat ik het wel moet vertellen, nog voor dat het contract is opgesteld dus.

Het gesprek loopt voorspoedig, we kunnen het meteen goed met elkaar vinden en hebben de zelfde ideeën over verkoop en omgang met klanten, geen mes op de keel mentaliteit, niet eerst de prijs ophogen om vervolgens ongeloofwaardige kortingen te geven.
Gewoon mooie keukens ontwerpen voor netto scherpe prijzen.

Met een goed gevoel ga ik weg, dit is het! Geweldig leuk!
Het gevoel is wederzijds, die middag nog krijg ik een mail met een salaris voorstel waar ik tevreden mee ben, en de vraag wanneer we het tweede gesprek kunnen hebben.

Dat gesprek heb ik vanmorgen dus gehad, en ja ik ben eerlijk geweest, en nee zoals ik al eerder benoemde er is geen spraken van stigmatisering onder werkgevers, ze luisterde naar mijn verhaal over hoe ik mijn ziekte de afgelopen jaren onder controle heb gekregen, en daarmee heb kunnen werken.
Daarnaast heb ik hen vertelt dat het UWV een regeling heeft dat ze mensen zoals ik, met een arbeidshandicap, kunnen aannemen met de verzekering dat het UWV hen vergoed bij uitval door ziekte.
Een geweldige regeling die het voor de werkgever en de WIA ontvanger aantrekkelijk maakt om weer aan de slag te gaan.
Voor de werkgever is het feitelijk zo dat uitval hen geen geld kost, voor mij als WIA trekker, is het minder stress omdat ik weet dat mocht ik uitvallen de werkgever daar niet de dupe van wordt.

Ik ga met een tevreden gevoel naar huis, ze willen met mij in zee er is slecht een probleempje wat ik met mijn man moet bespreken, ze willen dat ik elke zaterdag kom werken, iets wat ik bij mijn laatste werkgevers altijd heb kunnen reduceren tot om het weekend werken omdat wij een boot hebben en mijn man op zaterdag vrij is.
Uiteindelijk is het bedrijf bereid om mij in de zomer maanden extra zaterdagen vrij te geven als het rustig is.
Hieruit maak ik op dat ze mij ondanks mijn gekte mij toch heel graag willen hebben.

Het voelt goed, tevreden start ik mijn computer op bij thuiskomst om mijn mail te checken, mijn oog valt op een mail van het bedrijf waar ik een maand geleden ben geweest, het bedrijf dat mij alleen op fulltime basis wilde hebben....
De eigenaar vraagt of ik nog beschikbaar ben, hij is mij niet vergeten zijn indruk van mij was bijzonder goed, en hij heeft een functie voor drie dagen voor mij gecreëerd!

Ik ben trots op de werkgevers die ik tot nu toe heb besproken, de mensen die mij zien als een goede werknemer die ze ondanks een ziekte toch gewoon in dienst willen nemen.
Ik zeg dit zijn echt te gekke werkgevers!



maandag 2 maart 2015

Hallo Muur...



Op Schiphol zoek ik altijd een boek, eentje die makkelijk leest tijdens het wachten in, naar ik hoop, de zon aan de voet van de piste waar kindje jaarlijks haar ski vorderingen maakt.
In de zon zit je heerlijk op het terras, ondanks de kou, in de loop der jaren heb ik een hoekje gevonden waar je uit de wind op een gewone stoel kan zitten in plaatst van op de houten banken en tafels die de rest van het terras vullen. Ga maar eens een paar uur wachten op een bank in de wind ook al is het zonnig het is niet te doen.
Vorig jaar kocht ik de gebundelde columns van een dame die geen diagnose heeft naar nog gekker is dan ik, halverwege haar gekweel over hoofdstedelijke prietpraat, dat bij tijd en wijlen voor een vage glimlach rond mijn koude lippen zorgde haak ik af.
De gesprekken met de weinige Medelanders in dit desolate skigebied waren boeiender.

Dit jaar valt mijn mijn keuze op het boek, hallo muur, van Erik Jan, (zonder streepje) Harmens, zijn boek is verkozen tot boek van de maand door het rode rakker programma 'de wereld draait door'.
Het is een autobiografisch verhaal van een depressieve aan drank en sigaretten verslaafde dichter.
Zo mooi zo rauw zo eerlijk, kirren de boek besprekende deskundigen in het programma.

Ik ben benieuwd.

Dit jaar zijn er weinig Medelanders op het terras, ik begrijp het wel, de Zwitserse frank die vorig jaar 20% minder waard was staat nu nagenoeg gelijk met de euro, de enige Nederlandse mensen die ik zie staan verbaast te kijken als ik zeg dat de euro en de frank net zo duur zijn.
'Ach ja, het is vervelend', zeg een vrouw die ik vorig jaar ook zag op deze berg, 'wat zei je 20%?'
Ze pakt haar spullen en verdwijnt met een vaag excuus richting haar auto, dat wordt geen koffie drinken dit jaar, dat is te duur.

Ik heb alle tijd om het boek, hallo muur te lezen, ook ik bestel slechts een kopje koffie in plaats van de gebruikelijke twee dit jaar 3,90 frank per kopje klonk vorig jaar acceptabel 3,90 euro niet.

Ik lees met interesse het verhaal, van een schrijver die ook dichter is, ik had ergens verwacht dat het dichterlijke zijn proza wat zou opleuken of zou verdiepen met woordspelingen, maar dat doet hij niet of ik moet het compleet gemist hebben dat kan ook.
Waarom ik dit boek koos?
Ik weet wel waarom, ik word namelijk beticht van alcohol afhankelijkheid door de psychiatrie, en wilde wel eens weten wat een alcoholist zoal drinkt, een maatstaf zal ik maar zeggen.
Ik lees zijn verhaal, hoe hij uit een familie van alcoholisten komt uit het povere Den Oever, ik moet zeggen ik ben er vaker geweest met mijn boot en net als Den Helder zou ik ook spontaan aan de drank geraken als ik daar zou wonen, niet dat de schrijver daar woonde hij woonde als kind in Alphen aan de rijn, ik moet zeggen dat is volgens mij ook een rede om zwaar aan de drank te gaan.

In zijn boek praat hij tegen een muur, vandaar de titel, hij is depressie gescheiden en van de drank af, wat ik mis is dat verhaal, hij verteld in column achtige stukjes zijn verhaal over vrienden en familie die hij heeft verloren door overmatig gebruik van drank en sigaretten, is dat hij de muur uit de titel slechts enkele malen aanspreekt.
Ik lees slechts een opsomming van wat men oppervlakkig gezien leuk moet vinden, een beetje seks, het feit dat hij durft te bekennen dat hij scheten laat onder de dekens, dat hij in zijn neus peutert en hoe hij dat doet en dat hij als een bekwaam alcoholist zijn drank stiekem drinkt, en zijn sporen die als excessief worden gezien door zijn omgeving wist.
Zes tot acht trippel biertjes, een fles wijn en nog een halve fles whisky's of andere sterke drank per dag.
Ik voel mij gelukkig, en tel de glazen die ik drink dat is nog geen kwart van wat hij dagelijks dronk en ik drink geen sterke drank, ik vind het niet lekker en heb een hekel aan een kater.

Ooit bekende ik aan mevrouw de psychiater dat ik in pre manische tijden te veel dronk, en kreeg daardoor meteen het etiket alcohol afhankelijkheid als extra diagnose, elke keer als ik bij haar was vroeg ze naar mijn alcohol gebruik, in de zin hoeveel ik drink per dag.
'Genoeg', zei ik haar, ik vind het niet noodzakelijk om in detail te treden, ik mag mijn glas wijn drinken en ook een fles als het leven dat op dat moment draaglijker maakt.
Ik kan ook maanden zonder drank, dat weet ik omdat het tijdens opnames, die ik veelvuldig heb gehad het verboden is om te drinken, en ik niet behoeftig op zoek ben gegaan om toch te drinken.

Hallo muur, heeft mij een ding laten inzien, een alcoholist ben ik niet.
Mocht ik mevrouw de psychiater ooit nog eens spreken over de hoeveelheid drank die ik drink dan zal ik eerlijk bekennen dat die paar glazen die ik drink prima zijn.

En soms ja soms als de hersenen iets meer nodig hebben, dan schenk ik gewoon een extra glas in.