zaterdag 8 maart 2014

Ziek als een olifant.



Woensdag avond strompelt manlief ons huis binnen met de traagheid van een olifant.
Al weken is hij grieperig maar wil toch elke dag gewoon naar zijn werk, maakt uren waar u u tegen mag zeggen en snottert maar door, totdat de griep hem stevig in de greep krijgt en hij koortsig na een kopje soep zijn bed in duikt.
Ik werk morgen thuis, mompelt hij.
Zijn collega meldt hem ziek de volgende dag, maar dat weerhoudt hem er niet van om nog even met Oostenrijk te bellen, een orderbevestiging naar Zeeland te sturen en nog even contact op te nemen met Duitsland voor het verslepen van een brugdeel.
De hijs wereld ligt nooit stil dus hijst hij zichzelf nog even aan zijn bureau en werkt nog wat dingen af, ziek of niet ziek de wereld draait door en er staan belangrijkere dingen op het spel dan dat virusje wat hij onder de leden heeft.

De mensen in mijn leven zijn zo, doorgaan, mijn baas kwam deze week minstens zo ziek op de zaak, hij zag eruit alsof er een olifant over hem heen was gelopen, klonk ook zo.
Wat een crime, zegt hij, ik heb me in geen jaren zo slecht gevoeld, vindt je het erg dat ik even ga liggen?
Hij heeft een bed op de zaak gezet voor de avonden dat hij laat is en geen zin meer heeft om naar huis te rijden.
De halve dag meld ik een ieder die hem wil spreken dat hij er niet is en niet bereikbaar is mobiel, ondertussen probeer ik zo veel mogelijk werk van zijn schouders te nemen, net zo goed als ik de man verzorg die thuis in zijn bedje ligt met zijn mobiel naast zich om er zeker van te zijn dat hij geen belangrijke telefoontjes mist.

De griep heerst, woensdag hebben wij hondje opgehaald bij mijn ouders ook mijn moeder was ziek maar zoals het een echte Surinaamse betaamt, schotelde ze ons nog een goede maaltijd voor, ik zie haar gezicht, de olifant is ook op haar gaan zitten, we pakken de maaltijd in en gunnen haar de rust.

Soms voel ik mij een mietje dat ik jaren thuis heb gezeten met een vermeende ziekte waardoor je volgens het UWV en de psychiatrie niet kan werken, ik geloofde het tot op zekere hoogte, maar ben er inmiddels achter dat het helemaal niet zo is dat je niks meer kan, ik werk en ben af en toe ziek, maar dan blijf ik niet thuis net als mijn man, moeder en baas blijf ik door gaan.
Ook ik deel mijn collega dan mede dat het even minder gaat en dat hij mijn werk even moet nakijken omdat mijn concentratie gelijk is aan die van iemand die net geplet is door een olifant.
Thuis doe ik het hoog nodige schrap met goed vinden van mijn man alles wat maar enigszins ontregeling verder in de hand werkt.

Ik vraag mij wel eens af wat de definitie van ziekte is, als ik naar mijn omgeving kijk dan is het zo dat je doorgaat op het niveau dat je op dat moment aan kan je werkt op het pitje wat je kan behappen, en neemt je rust om de ziekte te lijf te gaan maar is het zo dat je echt niks meer kan?

Nee, zo zijn mijn soort mensen niet, we blijven doorgaan al zit er een olifant op je dan nog heb je altijd nog wel een vinger vrij om nog even mee te werken.





vrijdag 7 maart 2014

Gewond maar niet beschadigd



Een week voor onze vakantie kijk ik een hockey wedstrijd, mijn oude clubje speel tegen mijn huidige club, leuk zeg ik mijn vriendin die mij een appje stuurt of ik zin heb om even langs te komen om mijn oude team overigens glorieus te zien winnen van mijn huidige club.
Ik leef mee met mijn meiden, zie dat ze nog steeds het zelfde spelletje met succes spelen, zou zo mee kunnen doen als ik de conditie op hun niveau nog zou hebben.
Tot de laatste minuut is het genieten, letterlijk dan want in de laatste minuut krijgt mijn vriendin een bal keihard tegen haar kneiter.

Bloeden volg ik haar het clubhuis in, de jaap is zo groot dat het verstandig is om even de eerste hulp post van ons plaatselijke zieken huis op te zoeken.
Ik voel de verwondingen die deze sport mij hebben opgeleverd, de verrekte enkelbanden, de gescheurde kruisbanden in mijn knie de meniscus die er niet meer is, de gescheurde lip af gelopen seizoen.
Niemand komt zonder kleerscheuren zijn hockey carrière door, bedenk ik mij als ik een fotootje op Facebook bekijk van de dochter van een van mijn Facebook vrienden die op de EHBO post zit met een kneuzing.
Het zal haar niet weerhouden om gewoon door te gaan, wij hockeyer zijn bikkel die de pijn van de wedstrijd pas onder te douche voelen de schaafwonden en blauwe plekken zijn normaal net als het periodiek bezoeken van de EHBO.

Ik zag laatst een interview met met schaatser die gaan door tot ze helemaal verzuurd zijn, voelden de pijn maar gaan over die grens, wij hockeyers voelen die pijn pas als de wedstrijd is afgelopen als het fluitsignaal is gegeven, en dan nog niet.

Soms denk ik wel eens dat de hardheid van deze sport mij heeft geleerd om pijn te relativeren, de open vingers, knieën en heupen de gescheurde banden, het is pijnlijk als je stil staat maar niet zo dat je er niet mee kan leven, zo ook geldt dit voor het geestelijke deel, net zo goed al je lichaam heelt doet je geest dat ook.

Ik ben geestelijk zwaar gewond geweest, nog meer dan dat ik ooit lichamelijk lichamelijk in de prak heb gelegen, de keren dat ik in een ambulance heb gelegen waren niet om het feit dat ik lichamelijk iets mankeerde, nee als je wordt opgenomen via de crisis dienst dan wordt je per ambulance vervoert naar de dicht bijzijnde gesloten afdeling, het liefst plat gespoten overigens.
Omdat de ambulance broeder ook rust verdienen tijdens hun rit.

Jaren lang verstijfde ik als ik een ambulance hoorde of langs zag rijden door mijn ervaringen met deze mobiele zorg, een keer was ik in een dus danige staat van ontbinding dat ik besloot dat ik beter de ambulance kon verlaten dan dat ze mij naar een inrichting brachten, ik maakte de gespen van de brancard ongezien los en besloot bij het eerst volgende stoplicht de benen te nemen, ik voelde mij een ten onrechte veroordeelde boef die net als in de film the fugitive met Harrison Ford de benen moet nemen toen de mogelijkheid zich voor deed.

Het was alleen zo dat de dienstdoende broeder, een was van de oplettende aard, nog voor ik een sprint kon maken naar de deur op een knopje drukte die de deuren vergrendelde en mij vervolgens in en houdgreep nam.
Het werd bijna romantisch, hij sprak lieve woordje is mijn oor en streelde mijn haar.
Ik was zo overrompeld dat ik even niet anders kon doen dan luisteren en zijn strelingen voelen.

Achteraf vind ik het ongepast gedrag van een hulpverlener, daarom schrijf ik het jaren na dato op, het is niet fijn als en andere man dan je echtgenoot op die manier aan je zit.
Het is niet fijn om op een gesloten afdeling geconfronteerd te worden met mannen die wel dan niet psychotisch zich aan je opdringen, het is niet fijn om überhaupt tegen je zin opgesloten te zitten terwijl je geen misdaad hebt begaan, maar men zegt dat men het uit bescherming doet, jou opsluiten.
Het geeft wonden maar beschadigd het ook?
Dat zou het doen als ik bij elke blessure zou stil staan, maar dat heb ik nooit gedaan lichamelijk niet dus geestelijk ook niet ik schrijf het op en dus van mij af.
Basta.

dinsdag 4 maart 2014

Blaffende honden...



Ja, hallo, hoor ik een onzekere stem door de telefoon zeggen, is dit de lotgenoten lijn?
Ik sta nog altijd verbaast over het feit dat veel mensen na het horen van de introductie tekst die de lijn al een tijdje heeft alsnog vragen of ze met de lotgenoten lijn van de VMDB bellen.
Het is maandag en maandag middag zit ik een paar uur achter de lijn ik twijfel of ik er mee door ga, ik wil namelijk meer gaan werken en dan is de combinatie met dit vrijwilligers werk net even te veel.
Maar het is leuk en dankbaar werk, al vind ik nu ik het zo schrijf een beetje zijig overkomen, dankbaar werk.
Het is gewoon waardevol werk een steun zijn voor lotgenoten met de zelfde aandoening, of de betrokkenen die soms met de handen in het haar zitten van nuttige informatie voorzien, waardevol is een beter woord.

Nadat ik heb bevestigd dat de vrouw inderdaad verbonden is met de lotgenoten lijn voor manisch depressieve en betrokkene, waar de letters VMDB voor staan, krijg ik haar verhaal te horen.

De buren hebben een hond, en die blaf de hele dag, ze wordt er gespannen van krijgt er paniek aanvallen van, en dat terwijl het de laatste jaren zo goed met haar is gegaan, van de psychiater heeft ze extra medicijnen gekregen, maar het is toch van de zotte dat zij extra medicijnen moet slikken omdat haar buren de hond niet in toom kunnen houden?
Ze heeft een klacht ingediend bij de woningbouw vereniging en die hebben die mensen verplicht een anti blaf band voor de hond te kopen, maar die doen ze niet om bij het beest, vinden het zielig voor het beest, en de buurt moet niet zo zeiken.
Ze wil de woningbouw vereniging weer bellen maar is bang dat ze haar een zeikerd vinden, door deze gedachte raakt ze nog meer in paniek.

Ik hoor de tranen in haar stem, de trilling van frustratie, de klanken van paniek.
Ik denk aan mijn eigen hond die nog te logeer is bij mijn ouders, gisteren vertelde mijn vader nog dat onze kleine viervoeter behoorlijk van leer kan trekken tegen de postbode en ook als ze andere honden ziet lopen langs de tuin van mijn ouders.
Dat gedrag keur ik niet goed, bij ons thuis straf ik het af desnoods met een tik op haar neus, het is een moeizaam traject een terriër verkeerd gedrag afleren, de aanhouder wint bij deze beesten, dat weet ik maar als je je houding verslapt slaan ze toe, het karakter van de terriër staat daar bekend om.

Waarom hebben wij dan zo'n ingewikkeld beest vraagt u zich nu af?
Om dat het wereld honden zijn, speels, eigenwijs en trouw aan hun baas, ze zijn redelijk eenkennig geen alleman vrienden, dat maakt ze zo leuk en ik ben er mee opgegroeid met deze eigenzinnige beesten.

Ik besluit de paniek cirkel waarin deze vrouw zit luchtig te doorbreken, ik weet als geen andere hoe het is om een een bepaalde gedachte spiraal vast te zitten, paniekaanvallen zijn mij niet onbekend helaas, gelukkig ben ik er al jaren van af.

Ik zeg haar dat ik van geluk mag spreken dat mijn hondje uit logeren is, anders had ik misschien de pech dat we tijdens het bellen onderbroken worden door het geblaf van mijn beestje, en dat zou ik heel vervelend vinden omdat het gesprek gaat over luidruchtige honden.

Ze is even stil maar dan hoor ik een lach, ze vind het grappig dat ze met haar honden geluid overlast beklagt bij een lotgenoot aanklopt die zelf een hond heeft.
Ik vertel haar dat ik het asociaal vind om je hond lang te laten blaffen, als eigenaar ben ik mij bewust van de overlast die het de buren kan bezorgen, en daarnaast vind ik het zelf ook heel onprettig dat geblaf in huis.

De dame vertelt nogmaals dat ze er tegen op ziet om de woningbouw te bellen.
Ik vraag haar waarom, het is niet zo dat deze mensen haar wat aan gaan doen omdat ze een gegronde klacht doorgeeft, ze kunnen hooguit zuchtend haar klacht in behandeling nemen meer niet.
En al zouden ze naar je blaffen, bijten dat doen ze zeker niet, zeg ik haar.

Dat had ze even nodig iemand die haar verhaal aan hoort en gewoon zegt dat het niet zo groots is als ze het in haar hoofd heeft laten worden.
Dank je dit gesprek is goud waard, zegt ze met een lach als we het gesprek afronden.
Ik bedenk mij dat ik dit werk erg leuk vind, en er nog niet mee wil stoppen.



Foto; mijn kleine blaffer die alleen speels bijt omdat ze nog jong is.

maandag 3 maart 2014

Hoog in de bergen



“Mama! Waar was je!” Roept kindje uit als ze klaar is met de skiwedstrijd.
“Alle ouders stonden aan de kant aan te moedigen en jij was er niet bij!, als ik heb verloren komt het door jou!” Gaat ze op geïrriteerde toon verder.
Ik kijk naar haar verontwaardigde gezichtje, wist ik veel dat het de bedoeling is dat je je kind aanmoedigt als ze op de laatste dag van de ski les week een parcours afleggen om te kijken wie het snelst is.
“Ik stond expres op een afstand toe te kijken schat”, verzin ik, “je presteert meestal beter als ik er niet ben, weet je nog je laatste hockey wedstrijd? Toen speelde je de sterren van de hemel volgens de moeder van Lotte, ze grapte nog dat ik beter niet kan komen kijken”.
Kindje neemt genoegen met mijn uitleg en skiet weg naar haar groepje ze gaan na de wedstrijd nog even de grote pieste op.

Ik kijk haar na, ze skiet zelfverzekerd achter de leraar aan, het plaatje is fantastisch, haar vel roze ski jack en donkerblauwe sterretje ski broek steken af tegen de witte sneeuw.
Vrolijk zwaaiend zit ze even later in de stoeltjes lift, ik neem plaats op het terras kijk naar de scherpe bergen van de Zwitserse Alpen, die slechts aan de noordkant voorzien zijn van sneeuw, het lijkt wel lente. Het is lente!, de vogels kwetteren, en maken elkaar het hof, de sneeuwklokjes komen her en der boven de grond en de zon schijnt vrolijk, de sneeuw is niet al te best maar gelukkig goed genoeg voor kindje om een week les te hebben en in de middag lekker zelfstandig de berg af te denderen.

Het is weer geweldig om terug te zijn in Zwitserland, ik ben dol op de bergen altijd al geweest net zo goed als ik dol ben op de zee, ruigheid heeft mij altijd getrokken, de elementen zien en voelen, ruiken en mee omgaan, dat kan ook in ons vlakke land maar het is toch anders.

Dit jaar moest mijn vriendin werken voor het bedrijf van haar man een van de werknemers was een maand naar Thailand, en zij moest dus “in buro”zoals ze het daar noemen een paar dagen live aanwezig zijn, geen probleem zegt mijn beste vriendin, neem mijn auto maar dan kan je je dochter zelf naar de les brengen, het ski gebied bevind zich op twintig minuten rijden van haar woning.

Ik zag er tegen op maar vraag mij na een week af waar tegen ik opzag, het is niet zo dat ik nog nooit in de bergen heb gereden, als jongvolwassene reed ik zelfstandig naar zuid Frankrijk om vakantie te vieren in de caravan van mijn ouders in de bergen met mijn toenmalige vriendje.

Met het 1,2 motortje wat het mobiel van mijn vriendin rijk is schakel ik mij een ongeluk om de steile bergen te bedwingen, en glij ik elke dag keurig de parkeerplaats op, om vervolgens kindje om de afspreek plaats te droppen en met andere moeders koffie te drinken op het terras van het enige restaurantjes wat dit ski gebiedje rijk is.
En nu niet denken dat ik in vloeiend Zwitser-Duits converseer met de locals, nee in dit desolate gebied wat niet toeristisch is kom je altijd een of twee Nederlandse stellen tegen, ook dit jaar weer.
Deze mensen hebben allemaal een binding met Zwitserland, het zij dat ze er gewerkt hebben, het zij zo dat ze half Zwitsers zijn of een echtgenoot hebben die dat is.

Dit jaar kwam ik beide gevallen tegen, de ene was getrouw met een halve Zwitser, de ander heeft een paar jaar in dit gebied gewerkt.

“O wat leuk”, zeg ik tegen de vrouw die daar heeft gewerkt, “wat voor een werk deed je hier?”
“Ik ben psychiatrisch verpleegkundige”.
“O”,.........
Ik slik de wens in om meteen een punt achter de gezelligheid te zetten in, ik heb geen zin in gesprekken over mijn aandoening, maar dat hoeft ook niet bedenk ik mij, als ik niet zeg waar ik last van heb dan is er ook geen gesprek over.
“Ik ben keuken ontwerper”, zeg ik haar.
Het gesprek gaat even over keukens, en vervolgens over de vorderingen die de kinderen maken op de piste, haar zoontje heeft een oogafwijking waardoor hij geen diepte ziet, een handicap als je skiet.
We paten een praatje pot zoals het hoort tijdens een vakantie, en maken foto's van de kids.

In de loop van de week plaats wat foto's op facebook.
Kindje op de ski's, de voorraad Thommy saus die ik voor manlief, die niet mee is maar dol op dit goedje is, heb ingeslagen, de ijsje waarop ik de kinderen de laatste dag heb getrakteerd.

Een van mijn facebook vrienden vraag mij hoe het nu met mij gaat, heel lief, ze leest mijn stukje en weet waar ik last van heb.
Het gaat geweldig maar niet te goed.
Ik slik alles, schrijf ik haar, en dat klopt ik slik de drukte, de immensiteit die mij zou kunnen overweldigen door een fantastische week met een prospectie die ik met middelen kan hanteren, tenminste ik ga er vanuit dat het mij ook deze keer weer gaat lukken.

Hoog in de bergen houd ik mij voor dat er een dal kan komen, waar ik net als het zoontje van die ene vrouw geen zicht op heb, maar is het een kwestie van niet zien of niet willen zien, in mijn geval.

Ik neem rust nu ik weer thuis ben probeer alle geweldige indrukken in goede banen te leiden, zodat het thuiskomen geen diep dal wordt al leven wij vijf meter onder zee niveau.




zondag 16 februari 2014

Omgeving



Zeg, ski pully's heb jij die liggen in maat 152 vraag ik mijn vriendin, en ski sokken? Of moet ik die nog even halen?
Ik hoor een zucht in Zwitserland, mijn beste vriendin waar ik over een week heen ga bedenkt zich dat ik vragen stel die niet relevant zijn.
Gaab je dochter skied al jaren in haar shirt met een sjaal hooguit, waarom zou ze dit jaar een ski pully nodig hebben?
Ja weet ik veel, wie weet wordt het nog echt winter, hoe is de sneeuw?

Dit jaar hebben haar kinderen geen vrij als wij komen, en moet mijn vriendin een paar dagen werken op de zaak van haar man omdat een medewerker een maand naar Thailand is.

Ik heb het zo geregeld, zegt mijn vriendin, dat ik de auto van de overbuurvrouw kan lenen zodat jij je dochter naar de ski lessen kan brengen met mijn auto.
Kindje naar skiles brengen, de jaren hiervoor reed mijn beste vriendin ons de bergen in, niet dat ik niet kan rijden in de bergen dat niet maar in de pieremegoggel van mijn vriendin waar zij aan gewend is maar ik niet de steile Alpen bestijgen met de kans op winters weer trekt mij geenszins.
Ze heeft winter banden maar wat als ik sneeuwkettingen om het kreng moet leggen om de berg op te komen dan is dat geen feestje.

Het is overigens helemaal geen feestje op dit moment, waar ik dacht dat het goed met mij ging blijkt mijn realiteit er anders over te denken, de laatste week drukt mijn omgeving mij met de neus op de feiten.
Gaab je bent druk, zegt manlief.
Gaab ik wilde de offerte die je hebt gemaakt doorsturen maar kwam er achter dat er nogal wat aan mankeerde, deelt de baas mede.
Mamma je bent druk, waarom laat je mij niet uitpraten, zegt kindje
Gaab, heb je overwogen om een pilletje te nemen, stelt mijn man voor vorige week.
Hoe zo?
Nou je snelheid is weer ongekend.......

En ik maar denken dat het goed ging, ik had alles uitgevonden en verbeterd wat maar enigszins met mijn ziektebeeld te maken had, en toch the fucker bites you in the ass.

Stil aan als een onvoorziene sluipmoordenaar kruipt het in je brein, zorgt voor onrustige nachten omdat je jezelf in je dromen uit de bocht ziet vliegen en in een ravijn ziet belanden, daar in die Zwitserse Alpen met het autootje van je vriendin, kindje en ik belanden in een boom halverwege de berg en weten niet of we het halen omdat ik met de schrik ik mijn lijf wakker wordt en het eind goed al goed niet meekrijg in mijn droom.

Ik dacht dat ik met medicijnen de manie wel had bezworen, dat de sneltrein was gereduceerd tot een stop trein, het perron die mijn geest aandeed leken op rust maar geenszins was dit de waarheid, stiekem nam mijn geest de ondergrondse en kwam weer boven bij het eindstation, tralala, daar ben ik weer, die drukte die jij bezworen dacht te hebben is terug!

Kut, ik baal hier van ben het zo zat, waarom kan ik niet gewoon leven als een ieder waarom blijft dit niet gewenste stukje rariteit een deel van mijn leven ook als ik denk dat ik het onder controle heb.

Het is je omgeving die je erop wijst dat het geen wat jij denkt dat goed is niet helemaal binnen het redelijke en billijke past.
Soms zie ik het zelf gewoon niet en heb ik mijn omgeving nodig om mij daar op te wijzen.
Moet ik daar gelukkig van worden?
Ja, stel dat ik deze mensen niet had, wat dan?



zaterdag 8 februari 2014

Sterren kijken



Als kind vertrokken wij twee keer per jaar naar zuid Frankrijk, mijn ouders en wij waren in het gelukkige bezit van een stukje grond waar een omgebouwde caravan functioneerde als ons zomer huisje.
In de ongerepte natuur van de Languedoc hebben wij als kinderen groot mogen worden, zoende ik mijn eerste vriendje, dronk ik mijn eerste wijntje en rookte ik mijn eerste sigaret en joint.
En dat alles bij de meest bijzondere luchten en sterrenhemel.

Daar in die bergen waar er geen straatverlichting de helderheid van de nacht beïnvloed zag ik voor het eerst de Melkweg, wij gingen vaak 's nachts op ons rug liggen op de zand en keien weggetjes van de camping om het fenomeen te aanschouwen, iets wat je niet ziet in de drukke randstad waar wij wonen.

Op ons rug met de nodige wijntjes die we gejat hadden uit de voor tent van onze ouders aanschouwde wij de weidsheid van het heelal, het is immens en nodigt uit om op jonge leeftijd te filosoferen over de kleinheid van ons aardse bestaan. Er is meer, dat verhaal.

In mijn vroeg jeugd heb ik leren genieten van het fenomeen, het verder kijken dan de aardkloot, mijn blik is nooit gericht op de grond en de gebouwen of landschappen ik kijk omhoog naar alles wat wij niet kennen, die oneindigheid die het universum is.

Op mijn werk heb ik een ding en dat is een wijds uitzicht over het industrie terrein waar wij zitten omdat wij veel ramen hebben die over de omliggende gebouwen uitkijken.
Na een dagje mensen vertellen wat wij verkopen en waarom ze ons een kans mogen geven om aan hen een mooi product te verkopen, kijk in bij het verlaten van de showroom altijd naar de lucht en die is waanzinnig door de turbulente zuid-Wester wind die ons land al enige maanden teistert, de winter blijft uit door een laag druk gebied wat al maanden boven de Engelse eilanden hangt, het regent en waait als een dolle, het is grijs en grauw, maar niet altijd.
De wolken partijen zijn bijzonder, trekken vreemde strepen over de zon en compileren soms alsof de einde van de wereld wordt aangekondigd.

Ik wil mijn auto aan de kant zetten langs de drukke A1 gewoon om even te genieten van het mooie fenomeen, een foto maken om iets vast te leggen wat in 2D lang niet zo mooi is als in drie D.
Ik geniet van deze dingen denk nog vaak terug aan een van onze mooiste zeil reizen in de nacht, een terugtocht vanuit Engeland naar Nederland.

Het was halve maan de windkracht 5/6 kwam schuin van achter, voor de nacht hadden wij het grootzeil naar beneden gehaald, en voeren op haar bezaan en fok om eventueel snel uit te wijken omdat wij langs twee anker plaatsen voor vrachtschepen voeren die nacht, het was de bedoeling dat manlief mij ging aflossen om en uur of drie 'nachts maar ik kon het varen niet los laten, de intensiteit die de nacht bracht maakte mij eindeloos verbonden, elke keer ontdekte ik weer een nieuw stukje Melkweg wat mij vasthield, de zee en het heelal hadden een betovering die ik niet los wilde laten, ik ging er in op als een nietig stukje stof wat een klein onderdeel was van het grote geheel.
Na mijn ziekte verklaring heb ik nooit meer zulke reizen gemaakt, maar kon ik wel in het pillen vrije bestaan genieten van dit intense geluk wat het heelal mij brengt.

Een van de dingen die ik het meest miste toen ik medicijnen slikte wat dit gevoel, het immense wat het heelal mij brengt, het is of er iets zwelt in je iets wat groter is dan jezelf iets waarvan jij deel mag zijn als je het maar ziet, het is de hemel op aarde, dat gevoel wat denk ik veel zeilers met mij delen.
Dat, dat mooie stukje moet ik missen als ik aan de pillen zit, kan het niet meer oproepen het filter van normaal zijn overschaduwd deze mooie momenten waar ik intens van kan genieten.
Is het het waard?
Soms denk ik van wel maar op dagen als deze denk ik van niet.
Het is sterren kijken en bedenk dat je de glans niet meer ziet.


vrijdag 7 februari 2014

Sleeping Beauty



Slapen is een groot probleem voor mensen met een psychische aandoening, soms denk ik wel eens dat het de aanleiding is voor de problemen.
Rust en regelmaat staat hoog in het vaandel van de psychiatrie en terecht, het is algemeen bekent dat mensen met een psychische aandoening geen ster zijn op dit gebied.

De nachten zijn een drama het duur te lang je wilt het leven omarmen en de verplichte rust is niet iets wat past in je denkbeeld op dat moment.

Veelal wordt de rust opgelegd door het innemen van rustgevende slaap medicijnen geforceerd slapen het moet, je moet minimaal 7 uur slapen is het devies waar een normaal mens geen moeite mee heeft.

Jaren lang slikte ik slaappillen, om aan die verplichte uren te komen tot ik besloot het anders te doen, slapen is een relatief begrip, moet je of mag je rusten.
Is het zo dat je echt 7 uur onder zeil moet zijn of is het ook oké om 7 uur in je bed te liggen en een paar uur daarvan echt te slapen.

Ik besloot het uit te zoeken, stopte met de medicijnen en legde mijzelf op dat ik minimaal 7 uur in bed te blijven liggen, ook al had ik daar totaal geen zin in, het moest omdat ik voor mijzelf wilde aantonen dat het mogelijk was.

Het is een moeizaam proces, het moeten omdat je geen medicijnen wilt slikken, het is een uitdaging die je aangaat en elke keer als je in bed ligt je bedenkt dat er een makkelijkere manier is om de slaap te vatten, maar toch, uiteindelijk leer je jezelf aan om de rust te vinden die niet automatisch meer is maar geforceerd een onderdeel van je nachtrust is.

Nachten kunnen een hel zijn als je je ergert aan het gebrek wat je hebt wat voor een ander zo normaal is, ik luister vaak 's nachts naar de rustige ademhaling van manlief, hoor soms een zachte gemoedelijke snurk uit hem komen, ben er van gaan houden, hij slaapt, wat heerlijk dat hij die rust heeft in zijn drukke leven. Je zou je er ook aan kunnen ergeren, hij wel ik niet.

Mijn nachten zijn een opeenvolging van korte rust momenten die afgewisseld worden met uren van nadenken, over van alles en nog wat, het minste of geringste halen mij uit mijn oppervlakkige slaap.
Laatst zei mijn buurvrouw dat haar man de halve nacht wakker was omdat onze hond blafte, blijkbaar begint zijn halve nacht om 6 uur 's morgens, ik hoorde inderdaad onze hond aanslaan om die tijd, ik slaap zo licht dat ik elk geluidje hoor zeg ik haar, en inderdaad vroeg in de ochtend werd ze blijkbaar getriggerd door iets om haar stemgeluid te laten horen.
O, was het 6 uur?, zegt ze, ja ik heb niks gehoord hoor ik slaap overal door heen.

Ik niet, en de buurman kijkt blijkbaar niet op zijn klok.

Tot een week of drie geleden sliep ik met de onrust die de nacht met zich meebrengt voor mij, korte hazen slaapjes veel wakker zijn ik ben er aan gewend.
Totdat mevrouw de psychiater met een gouden tip kwam, nadat ik haar vertelde dat de nacht rust hoog uit 5 uur inhield door de manie.
Heb je een slaap masker?, vroeg ze mij, ja was mijn antwoordt.
Het is gebleken dat mensen met de bipolaire aandoening zeer licht gevoelig zijn, en het goed werkt om het zo donker mogelijk voor je te maken tijdens de nacht, een slaap masker kan daar bij helpen.

Ik heb ooit eens zo'n ding aangeschaft om overdag een paar uur rust te nemen, ergens in een stoffige hoek zou ik hem wel terug kunnen vinden, het is het proberen waard....

Ik vis het ding uit een laatje, en besluit het een paar nachten te proberen, en..........
Het werkt!, al het licht wordt geblokkeerd, mijn ogen die blijkbaar alles registeren vinden een ongekende rust, na twee weken koop ik een nog geavanceerder model, eentje die je ogen vrij houden van de druk die en standaard masker wel heeft, ik verslaap mij zelfs een keer, iets wat mij nooit gebeurt.

Ik voel mij een sleeping Beauty als is het onooglijk ding elke avond om mijn hoofd zet.
Het leven in duisternis maakt mijn hoofd een stuk rustiger ik kan het een ieder met slaap problemen aanraden.
Slapen het is een schoonheid die ik miste, soms moet het even helemaal donker voor je worden om het weer te vinden.
Dank U, mevrouw de psychiater..........